Nijbroek is een polder; het waterpeil kan gestuurd worden door het opzetten of laten zakken van stuwen en door het meer of minder wegpompen van water door de gemalen. Het waterschap beheert het waterpeil. Hoe werkt het peilbeheer in Nijbroek nu?

Peilbeheer

In landelijke gebieden als Nijbroek waren de inrichting en het beheer van het waterhuishoudkundige systeem met name gericht op de landbouw. De laatste jaren is daar ook meer aandacht voor behoud van het landschap, cultuurhistorie en ecologie bijgekomen. Het omgaan met de gevolgen van klimaatverandering, met extremere regen en droogte, vormt een nieuwe belangrijke uitdaging.

Peilbesluit

Het waterschap moet voor elk gebied een ‘peilbesluit’ vaststellen. In dit peilbesluit wordt vastgelegd wat de hoogte van de waterpeilen in de watergangen is, in welke periode en in welk gebied. Dit peilbesluit komt tot stand door onderzoek naar o.a. bodemtype en hoogteligging, in combinatie met een afweging van belangen in grondgebruik.

Het peilbesluit voor Nijbroek is voor het laatst geactualiseerd in 2007. In 2017 is het onveranderd opnieuw vastgesteld. Het peilbesluit wordt weer herzien in 2027.

In het peilbesluit is afgesproken dat het peil van het grootste ‘peilvak’ in Nijbroek niet lager dan 1.75m NAP wordt. In de zomer, wanneer het droger is, staat het peil hoger. Er is afgesproken in het peilbesluit dat het peil maximaal 2m NAP is.

Onderhoud aan A-, B- en C-watergangen

De watergangen zijn verdeeld in categorieën met een verschillende status; A, B of C. Deze status hangt af van de hoeveelheid water die wordt afgevoerd.

De A-watergangen worden onderhouden door het waterschap. In Nijbroek zijn dat de weteringen. Ook het toevoerkanaal naar het gemaal is een A-watergang. Het onderhoud van de B- en C-watergangen vallen onder de verantwoordelijkheid van de eigenaren van de aangrenzende gronden. Bij B-watergangen controleert het waterschap of het onderhoud goed wordt gedaan, bij C-watergangen niet. Deze controle wordt een schouw genoemd en vindt altijd begin november plaats.

Maaien

Onderdeel van het onderhoud aan de A-watergangen is maaien, omdat begroeiing de aan- en afvoer van water kan belemmeren. Daarom wordt in het groeiseizoen, van juni tot en met november, maaiwerk uitgevoerd.

Sinds 2020 maait waterschap Vallei en Veluwe de watergangen op een andere manier dan voorheen. De oevers en bodem van de watergangen worden niet meer standaard overal en op een vast moment gemaaid; er wordt nu alleen gemaaid waar het nodig is voor de aan- en afvoer van water en om wateroverlast of watertekort te voorkomen. Dit betekent dat waar het mogelijk is, begroeiing blijft staan. Dit is beter voor de biodiversiteit in en aan het water. Ook wordt zo water bij droogte beter vastgehouden. Per A-watergang wordt gekeken op welke manier en met welke regelmaat er gemaaid moet worden, afhankelijk van wat nodig is voor een goede waterhuishouding. Dit wordt risicogestuurd maaien genoemd. Deze aanpak is een gevolg van de uitwerking van de gedragscode voor waterschappen die volgt uit de Wet Natuurbescherming, om rekening te houden met (beschermde) planten en dieren in en aan het water.

Baggeren

Op de bodem van de watergangen verzamelt zich in de loop der tijd een laag bagger. Hierdoor wordt het water ondieper. Dit kan de afvoerende capaciteit van de watergang beïnvloeden. Om te voorkomen dat sloten en weteringen te ondiep worden, worden ze meestal één in de 10 tot 15 jaar gebaggerd. Op onderstaande afbeelding is te zien wanneer welke watergangen voor het laatste gebaggerd zijn.

De jaartallen bij de groene lijnen geven aan wanneer deze watergang voor het laatst gebaggerd is. Voor de zwarte watergangen is het jaartal onbekend.