Hoe werkt het Nijbroekse watersysteem nu?

Gemeente en waterschap zijn samen met Nijbroekers op zoek naar een toekomstbestendig watersysteem. Maar hoe werkt het watersysteem in en rond Nijbroek? Lees hier over de Nijbroekse waterhuishouding.

‘Nieuw drassig land’

Polder Nijbroek is een veertiende-eeuwse ontginning. Nijbroek betekent ‘nieuw drassig land’. Voor de ontginning was het gebied moerasachtig en nat. De IJssel trad regelmatig buiten haar oevers en liet een vruchtbare kleilaag achter. In de polder tref je dan ook op de meeste plekken zo’n 1 tot 2 meter klei aan en daaronder vooral zandig materiaal.

Sloten en weteringen

Het drassige Nijbroekse land werd ontgonnen volgens een vooraf bedacht plan. Het watersysteem moest kunstmatig worden gereguleerd met sloten, weteringen, dijken, sluizen en stuwen. De ontginners uit de veertiende eeuw groeven sloten om de 30, 60 of 90 meter, afhankelijk van hoe nat de bodem was. Zo werd het water afgevoerd en ontstonden drogere percelen die geschikt waren voor het verbouwen van gewassen of het grazen van vee.

De sloten waterden af op weteringen, die ook gegraven werden. De weteringen voerden het water noordwaarts af. Bij Wapenveld stroomde het water de IJssel in.

In basis functioneert het watersysteem vandaag de dag nog steeds op deze manier. In de loop van de eeuwen zijn er stuwen en gemalen bijgekomen.

Stuwen en gemalen

Het gemaal Veluwe in Wapenveld pompt het water dat uit Nijbroek komt de IJssel in. Het gemaal aan de Bandijk in Terwolde pompt het water uit het gebied ten zuiden van Nijbroek de IJssel in. Dit water stroomt dus, normaal gesproken, niet door Nijbroek. Wanneer het droger is, kan het gemaal ook water vanuit de IJssel het achterliggende gebied inpompen. Via het in de jaren 1914-1918 gegraven toevoerkanaal kan er water vanuit de IJssel naar polder Nijbroek worden gepompt.

De belangrijkste stuwen staan buiten de dijken van Nijbroek. Eén aan de noordkant van Nijbroek, bij de Vloeddijk; drie aan de zuidkant van Nijbroek: stuw Van de Molen in de Nijbroekse Wetering, Stuw De Vecht in de Grote Wetering en stuw Van de Breem in de Terwoldse Wetering.

Schematische weergave van het watersysteem van polder Nijbroek

Werking van het watersysteem

De sloten, weteringen, stuwen en gemalen vormen samen het watersysteem. De inrichting en het beheer van het waterhuishoudkundige systeem zijn in Nederland en ook in polder Nijbroek allereerst gericht op functies in de polder, waaronder voor een groot deel de landbouw. Ook behoud en ontwikkeling van natuurwaarden is belangrijk. Landbouwgronden mogen niet te nat en niet te droog zijn, om zo goed mogelijk te kunnen boeren; natuurgronden mogen juist wat natter zijn.

Sturen van het waterpeil

In polders als Nijbroek is er een sterk verband tussen de hoogte van het grondwater en het oppervlaktewater. Oppervlakte water is het water dat te zien is in sloten, kanalen, meren en rivieren. Grondwater is water dat via het maaiveld, sloten en rivieren in de bodem is gezakt. De hoogte tot waar de grond verzadigd is met water, is de grondwaterstand of het grondwaterpeil. Hoe hoger het grondwaterpeil, des te minder diep het water zit. In het westen van Nederland zit dit grondwaterpeil soms maar enkele decimeters onder het maaiveld. In gebieden als de Veluwe ligt het juist meters diep. Het grondwaterpeil wordt beïnvloed door verschillende factoren, waaronder type bodem en hoeveel regen er valt.

Het grondwaterpeil hangt ook samen met de hoogte van het oppervlaktewater. Het waterschap stelt deze hoogte vast in het peilbesluit. Het besluit komt tot stand in samenwerking met het gebied. Als we het oppervlaktewaterpeil verlagen gaat ook de grondwaterstand omlaag. Dit is, vooral in het voorjaar, praktisch voor landbouw; de grond blijft goed begaanbaar. Wanneer de waterstand in kanalen of sloten wordt verhoogd, stijgt de grondwaterstand ook. Dit is belangrijk in lange periodes van droogte, wanneer gewassen meer water nodig hebben.

Waterbeheer in zomer en winter

In de winter, het natte seizoen, wordt het water afgevoerd om de landbouwgronden bruikbaar te houden. In het huidige peilbesluit is afgesproken dat het peil niet lager dan 1.75m NAP wordt.

In de zomer, wanneer het droger is, staat het peil hoger. Er is afgesproken in het peilbesluit dat het peil maximaal 2m NAP is.

Waterbeheer bij hevige regen

Wanneer er veel regen valt, heeft het gemaal aan de Bandijk momenteel niet genoeg capaciteit om al het water uit omgeving Twello en Terwolde weg te pompen. Dit water stroomt dan ‘over’ naar Nijbroek en loopt via de weteringen naar het gemaal in Wapenveld. Dit geeft extra druk op het Nijbroekse watersysteem.

Waterbeheer bij droogte

Bij droogte worden de waterpeilen op het maximale peil gezet. Er is dan veel water nodig vanuit de IJssel om verdroging in Nijbroek te voorkomen. Ook is het nodig om te zorgen voor voldoende doorstroming, want stilstaand water kan leiden tot waterkwaliteitsproblemen. Het gemaal aan de Bandijk heeft nu niet de mogelijkheid om bij lage IJsselstanden voldoende water de polder in te laten.

In de zomer is er momenteel vrijwel standaard extra water vanuit de IJssel nodig in de polder. Dit is ‘gebiedsvreemd’ water, water met een andere samenstelling met mogelijk andere vervuiling dan in de polder.

 

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

(circa vier nieuwsbrieven per jaar)

Bij inschrijven ga je akkoord met de verwerking van je gegevens volgens ons privacystatement.

Ga naar de inhoud